De ander

Tegenwoordig vul ik mijn dagen met een belangrijk taak. Iedere dag weer staat deze opdracht bovenaan mijn to do lijstje. En ieder moment van de dag hoop ik dat hij binnenkort niet meer op mijn kleine white board op de koelkast verschijnt. Ik heb het over solliciteren. Of beter gezegd: de hel van solliciteren.

Bam! Daar is ze weer. Opeens duikt ze op en weet ze het voor me te verpesten. Altijd loop ik tegen haar aan. Ze is bijna nooit alleen, negen van de tien keer zijn er meer bij betrokken. Maar ze werken niet samen. Het is ieder voor zich. De anderen en ik hebben allemaal hetzelfde doel: de buit binnenhalen. Sollicitanten noemen ze ons.

Na een voorspoedig verlopen sollicitatiegesprek denk ik standaard dat de buit binnen is. Ik ben professioneel geweest. We hebben gelachen. Ik heb toegegeven aan de belachelijke eisen. ‘Je kunt niet met de auto, maar je moet wel om 8 uur ’s ochtends aanwezig zijn, 1,5 uur verderop.’  Tuurlijk. Prima. Alles voor de baan. Ik wacht totdat hij me de hand schudt na het gesprek en zegt: ‘Je bent aangenomen. Ik geef je even een rondleiding’. In plaats daarvan volgt meestal: ‘We hebben nog meer sollicitanten, we laten je het nog weten.’ Waarna ik afdruip. Terug de kou in. En vervolgens dagen lang in de spanning zit. Ik was goed. Maar ik vergat weer even het bestaan van haar, van hen. ‘de ander’.

Ik ken de ander niet. Ik weet geen naam, geen woonplaats, geen leeftijd, geen capaciteiten. Ik kan niet tegen de ander opbieden, simpelweg omdat ik haar niet ken. Ik kan het natuurlijk gaan uitzoeken wie ‘de ander’ is door research te gaan doen. En vervolgens haar ontvoeren, en pas vrijlaten als het sollicitatiegesprek geweest is. Maar daar ben ik te lief voor. Bovendien ken ik geen goede verstopplekken, laat ik geheid bewijsmateriaal liggen en kom ik in de gevangenis. Daar bieden ze me wel gelijk een baan aan, dat dan weer wel. Alleen noemen ze het daar ‘zinvolle tijdsbesteding’.

Bij bedrijf A waren ze met z’n tweeën. Het uitzendbureau was zo vriendelijk om dat vooraf te melden. Dat is 33,33333 procent kans. Moest lukken! Het klikte. Ik was er vrij zeker van dat ik de baan zou krijgen, maar ik had buiten de ander gerekend. De afwijzing volgde de dag erna: ik was goed genoeg, maar de ander woonde dichterbij. Ergo: als er geen ander was, had ik in november 2011 al een baan gehad. Bij bedrijf B viel ik bijna van mijn stoel toen ze me vertelden dat er vijf anderen waren. Zes sollicitanten voor het verwerken van wedstrijdformulieren bij dat ene bedrijf in Nederland die zich alleen maar bezig houdt met voetbal. De reden voor afwijzing was als volgt: ‘je hebt te weinig affiniteit met voetbal.’ Wauw… laat het even goed tot je door dringen. Ik heb twee stukken op m’n blog geschreven over voetbal. Verder ben ik sportverslaggever, wat inhoudt dat ik het behoorlijk zwaar zou hebben als ik voetbal niet leuk vond, want de helft van wat we schrijven bestaat uit voetbal. Sterker nog: als voetbal eruit ligt in de zomer, heb ik geen redactiewerkzaamheden. Daarnaast kijk ik iedere zondag als het even kan voetbal bij mijn zwager. Tijdens het EK en WK staat de televisie de hele dag aan. Ik heb het gezegd hoor, op m’n sollicitatiegesprek, maar blijkbaar is dat niet goed genoeg. Ach, ik was er niet rouwig om. Deze nederlaag was ingecalculeerd. Geen klik met de mannen met wie ik het gesprek had en teveel anderen. Ik had me twee dagen uitgesloofd op een beurs voor bedrijf C, zodat ze konden zien hoe hard ik werk. De uitgever regelde een plekje in het drukbezette schema van commercieel directeur slash voetbaltrainer. Het gesprek ging best goed, maar ja, ik werd natuurlijk niet gelijk aangenomen, want er waren anderen.

En na zo’n vijftig brieven terug te hebben gekregen met iets in de trant van ‘Ja, je hebt goede capaciteiten, dat geloven we allemaal wel. Maar er zijn anderen, betere sollicitanten’, daalt je hoop op de zin ‘Ja, er zijn anderen, maar wij willen jou!’ Donderdag werd ik gebeld door een vrouw naar aanleiding van mijn gesprek bij bedrijf D. Haar eerste zin was: ‘allereerst wil ik zeggen dat we je goed vinden…’ De ‘Maar….’ hing al boven mijn hoofd als dat bekende zwaard die door de zwaartekracht of iets ineens je keel door kan snijden. ‘Maar, de ander was beter, dus toedeledoki.” Ze zei geen maar. Ze zei: ‘We willen met je verder’. Er viel een stilte. Ik moest het allemaal even verwerken. Bedoelde ze dat ik aangenomen was? ‘Jeej’, klonk het toen heel droog aan de andere kant van de lijn. Ja! Jeej! Ik heb nu eindelijk de ander weten te verslaan! Na 60 brieven en bijna net zoveel afwijzingen (sommige bedrijven laten niets van zich horen…) mag ik dan eindelijk beginnen aan mijn nieuwe uitdaging. Ik ben er superblij mee.

O ja, bedrijf C liet in het midden of ze me wel of niet zouden aannemen toen ik ze belde om de sollicitatieprocedure te stoppen, aangezien werken voor hen er nu niet meer in zit. Misschien dat ik daar ook de ander zou hebben verslagen. We zullen het nooit weten.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s